Wraak is zoet...

"Laat me los, ik heb je niets gedaan", snakkend naar adem protesteerde het ventje. Hij had zijn vuisten gebald en sloeg tegen de rug van Caatje. "Je durft wel tegen een kleinere. Maar denk niet dat ik bang ben", dapper zoog hij zoveel mogelijk frisse lucht in en begon opnieuw te timmeren op de rug van de grote kerel. "Zoek iemand die even groot en sterk is als jij. Kaolo ma pang pang"

De tranen welden op, maar hij vermande zich en verzette zich zoveel mogelijk tegen Caatje, die er om een of andere duistere reden een duivels behagen in schepte hem te kwellen. Caatje had hem nu in een "houdgreep" en hij kon zich haast niet bewegen. Ze zaten aan de straatkant van het voetbalveld. De wedstrijd was niet spannend. Maar niemand scheen door te hebben dat hij lastig gevallen werd. Gelukkig..Caatje had hem losgelaten. Om een of andere reden liep hij niet weg. Integendeel...Hij stond onvast op zijn benen en begon Caatje voor allerlei uit te maken. "No spang Caatje, Ik beloof je dat je dit zal betreuren". Hij werd kwaad van onmacht en voelde zich aan zijn lot overgelaten. "Waarom zei niemand iets tegen Caatje?", vroeg hij zich af. Hij voelde zich niet goed..kon moeizaam ademhalen, maar hoopte toch dat hij een partijtje zou kunnen voetballen.

Caatje was de goalkeeper. Een boom van een kerel die zich zat te vervelen, wachtend op de volgende wedstrijd ook.
Eindelijk de wedstrijd was voorbij. Nu was het hun beurt. Enthousiast stormden ze het veld op. Gelukkig waren er niet genoeg spelers dus hadden ze geen andere keus dan hem toch te laten meedoen. Geen linksbuiten vandaag. Neen hij kon dat niet opbrengen vandaag. Linksbuiten was normaal zijn positie. Hij had het voordeel even goed met zowel het linker-als het rechterbeen te kunnen trappen. Maar die post zou teveel van hem vergen. Dan maar in de verdediging. Caatje nam plaats in het doel.

Moeizaam lukte het hem samen met Willie de steeds feller wordende aanvallen van de tegenpartij tegen te houden. "Poer a bal dja, wegwerken dat ding. Sa je plei nanga bal", de korte luide opdrachten van Caatje volgden mekaar snel op. Terwille van het spel deed hij zoals Caatje opdroeg.
Het spel ontwikkelde een hoog tempo. Zijn ploeg had een een-nul voorsprong. Twee aanvallers van de tegenpartij kwamen van links aanzetten met een flitsende een-twee combinatie. Even leek het alsof hij ook gepasseerd zou worden. Met een snelle reflex kon hij net de bal onderscheppen. Hij keek op en zocht naar zijn "schakel". Die maakte zich snel vrij. "Sa je draai draai nanga a bal, plei a ka bal jongoe", luidkeels probeerde Caatje hem aan te sporen. Hij dribbelde even naar voren met de bal. Dan stopte hij abrupt. Hij keek terug, en zag Caatje heftig gesticuleren. Hij maakte een schijnbeweging alsof hij de bal naar de skagrie zou trappen met het rechterbeen, maar in de plaats daarvan maakte hij een halve draai en schoof de bal naar achteren. "M'o poeroe ka gie ing," dacht hij verbeten.

Het volgend ogenblik zag hij Caatje naar zich toelopen. Zijn gezicht verwrongen in een grijns trapte hij de bal naar Caatje toe. Net buiten diens hand bereik. "Tik dja nanga ka", siste hij. Caatje dook op de bal en hij hoorde een botte "krak", gevolgd door een luide gil van Caatje.
Zegevierend keek hij hoe Caatje op een fiets weggevoerd werd. Zijn linkerhand als een slang vasthoudend. Net boven de pols had die een fractuur opgelopen. De schuldgevoelens kwamen toen langzaam naar boven...

Fromu