Stondoifie
Het zweet droop van onze voorhoofden terwijl we vol trots naar het geraamte
keken. "Als we nu wat palmbladeren hadden, dan konden we het dak mooi
mee bedekken. Maar mie n'o go in a busi moro", Willie veegde met de
achterkant van zijn duim het zweet van zijn voorhoofd. Hij zwaaide met zijn
vlijmscherpe houwer en het wied viel slap neer. "We moeten hier een
beetje mooi maken", dan a san o luku moro bun". We zouden het
perfect hutje bouwen...
'Hey luku wan stondoifie ', vlug greep ik naar mijn katapult. Een meesterlijk gevormde kraka. Een guavetak was het meest geschikt daarvoor. Ik had met zorg eentje uitgezocht. De twee uiteinden had ik samengebonden en boven het vuur van het gasfornuis gehouden. Het heel huis had uren lang een zoete brandgeur. Daarna had ik het op het dak gezet. Dan werd ie pas stevig en kreeg het een mooie kelkvorm. Rode bromfiets binnenband erg krachtig was dat. Zwart was meestal "rek-stop". Ik plaatste een "joka" in het leer en legde beheerst aan. Maar nog voordat ik los kon laten was de stonka weg. Willie begon te schelden. "A man dies jongu altijd je waktie so langa." Hij had de houwer naast zich gezet en stond naast me met zijn katapult in de handen. "Pier borsu a fowru bing s'dong jongu", hij schudde zijn hoofd. Ineens hoorden we een geritsel achter ons.
Grote takken en droge bladeren kraakten onder veels te grote voeten. Hij had een glimmende houwer in zijn rechterhand. "Pado...", fluisterde Willie en hij keek zoekend om zich heen. We keken elkaar aan. Pado maakte een snelle beweging en raapte Willie's houwer op. "Na dies je suku?', hij reikte Willie de houwer aan. Willie maakte vier passen achteruit. Het begon langzaam tot me door te dringen dat er iets fouts zou gebeuren. "K'o klaar a sani no", Pado keek kwaad naar Willie. "Fa ie wani", zei Willie met een diepe frons op zijn voorhoofd. Dit ging niet goed.
"Sa na a tori?" Ik had al mijn moed bijeen geschraapt en stond precies tussen Pado en Willie. Sa na a ka san diesie"? , probeerde ik met meer overtuiging in mijn stem. Willie was de eerste die me serieus nam. "A san na gewoon mie bing mek grap nanga a mang. Da a man wan feti", Willie keek nu grimmig. "Maar mie n'e frede ka", hij stapte nu resoluut naar Pado. "A san a no grap ie bing mekie mang ...en mie wel o sorie suma na mie. Yu o sab suma na bigi futu pado tide". Pado scheen erop belust Willie in stukjes te hakken. In elk geval zo leek het mij.
"A no dja jongu", ik wist niet wat me bezielde. "Niet hier. Dit is mijn erf en niemand vecht hier." Ik pakte de houwer van Willie af. Gooide het in mijn linker hand en liep naar Pado toe. "Giem a owru dja", ik reikte mijn hand uit naar Pado. Hij keek me vreemd aan. Toen verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht. Hij twijfelde. "Ok no spang , na joe owru. Ma tek joe owru da ie go na oso. No wan mang n'e fet dja tide". Ik keek hem diep in de ogen en kon de verwarring zien. Hij keek om zich heen. "Wat maken jullie hier", vroeg hij ineens nieuwsgierig. "Een hut, maar we hebben nog palmtakken nodig voor het dak", legde Willie spontaan uit. "Waktie Ik heb palmtakken thuis. K'o go tek ding no", Pado legde zijn grote arm over de schouders van Willie. Terwijl ze het erf uit liepen keken ze beide even om. Een brede grijns speelde op hun gezicht. Haastig liep ik de keuken binnen en maakte met bevende vingers een flink glas sterk suikerwater
Fromu